Water onderzoeken

Hoe weten we dit allemaal? Hoe weten we of water vies is? En hoe weten we wat slecht is voor de waterkwaliteit en wat niet?

Om antwoord te kunnen geven op deze vragen moet je het water onderzoeken. Je moet metingen doen om te kijken welke stoffen er in het water zitten en hoeveel. En dat gebeurt dus ook. Heel veel en heel vaak, op vele plekken in verschillende landen van het stroomgebied. De kwaliteit van het water in de Rijn wordt van Zwitserland tot Nederland in de gaten gehouden. De meetlocaties staan op de kaart van het Rijnstroomgebied. Er zijn zogenaamde meetstations waar de kwaliteit van het water wordt gemeten.

Meetlocaties
Meetlocaties
Controlestation Worms (Foto: P. Diehl)
Controlestation Worms (Foto: P. Diehl)

Tegenwoordig kunnen we heel nauwkeurig meten welke stoffen er in het water zitten en hoeveel.

En de techniek om dit te meten wordt steeds beter. Zo kunnen we nog meer stoffen meten. Ook de allerkleinste stoffen die we vroeger niet konden meten. Bijvoorbeeld resten van make-up en medicijnen.

De onderzoekers kijken ook waar de stoffen vandaan komen. Is het bijvoorbeeld geloosd door een fabriek, of komt het door de scheepvaart? Als ze weten waar de stoffen vandaan komen, kan er iets aan gedaan worden.

De onderzoekers meten niet alleen de stoffen in het water. Ze kijken ook naar algen, planten, vissen en andere dieren. Hoe gezond ze zijn of hoeveel ze voorkomen. Door te kijken of het goed gaat met planten of dieren, kun je afleiden of de kwaliteit van het water goed is.