Klimaatverandering en de Rijn

Er zijn wereldwijd allerlei gevolgen. Maar wat betekent klimaatverandering voor het Rijngebied?

Het stroomgebied van de Rijn heeft verschillende klimaten. Het grootste deel heeft een landklimaat.

Lees meer over de klimaten in het stroomgebied. 

Gemiddeld valt er in het stroomgebied in de winter meer neerslag dan in de zomer. De rivier moet dan meer water verwerken en er is meer kans op hoogwater. Bij hoogwater staat het water dagen achter elkaar hoger dan normaal.

De Rijn krijgt met hoogwater dus meer water te verwerken. Maar de rivier blijft even breed. Het water kan nergens heen, behalve met de stroom mee. Het water gaat dan sneller stromen en krijgt meer kracht.

Lees meer over hoogwater.

In het Rijngebied is er het hele jaar veel neerslag. Meestal valt er iets meer regen in de zomer dan in de winter. Soms kan het in korte tijd heel heftig en veel regenen. Maar soms valt er in de zomer over meerdere weken bijna helemaal geen neerslag. Er stroomt dan minder water door de rivier en er is meer kans op laagwater. Lees meer over laagwater.

In de Alpen is er een hooggebergteklimaat. In de winter valt er veel sneeuw in de bergen. Sneeuw blijft liggen, dus de neerslag komt niet in de Rijn terecht. Er stroomt dan minder water door de Rijn. In de zomer smelt de sneeuw en valt er vaak ook nog veel regen, dan komt er dus ook meer water in de Rijn.

Alpenrijn (Foto: www.hydra-institute.com)
Alpenrijn
Foto: www.hydra-institute.com

 

Watertemperatuur en waterkwaliteit

De temperatuur op aarde stijgt, dus het water in de Rijn wordt ook warmer. De zon warmt het water op. Onderzoekers denken dat het water in de Rijn over ongeveer 80 jaar gemiddeld 3,5 graden warmer zal zijn dan nu. De temperatuur van het water is belangrijk voor de kwaliteit van het water. Hoe warmer het water, hoe minder zuurstof in het water. Zuurstof is nodig voor de planten en dieren die in het water leven.

Planten en dieren zijn gevoelig voor de temperatuur van het water. Vissen hebben geen eigen lichaamswarmte: ze nemen de temperatuur van het water over. Voor koudwatervissen zoals de zalm mag de temperatuur niet boven de 21 °C komen. Voor warmwatervissen zoals de karper is dit 28 °C.

Als het water langere tijd veel warmer is, overleven de vissen het niet.

Lees meer over de waterkwaliteit.

Zalm (Foto: U. Haufe)
Zalm
Foto: U. Haufe

 

De hoeveelheid water

Het waterpeil in de Rijn stijgt als er veel neerslag valt en daalt als het weinig regent, sneeuwt of hagelt. Hoog- en laagwater hebben allerlei gevolgen voor de Rijn.

Bij hoogwater kan het bijvoorbeeld onveilig zijn voor schepen om over de rivier te varen. Het gebeurt wel eens dat scheepvaart tijdelijk helemaal verboden is, omdat het water te snel stroomt of omdat schepen niet meer veilig onder bruggen kunnen doorvaren. Laagwater is ook niet handig voor transport over het water. Het water moet diep genoeg zijn voor de grote schepen met hun zware vracht. Laagwater kan betekenen dat je de schepen minder vol kunt laden. Dan moet je vaker varen.

Containerschip (Foto: D. Putscher)
Containerschip
Foto: D. Putscher
Containerschip (foto: D. Putscher)
Containerschip
Foto: D. Putscher

In sommige gebieden gebruiken boeren rivierwater om hun gewassen mee te besproeien. Deze boeren houden ook niet van laagwater. Want zij hebben genoeg water nodig om hun land en gewassen mee te besproeien. Als er te weinig water is, kan de oogst mislukken.

De meeste dieren in de Rijn kunnen goed leven met hoog water. Als er meer water is, is er meer ruimte en dat is voor de meeste dieren prettig.

Bij laagwater leven de dieren dichter op elkaar en dat kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat er ziektes uitbreken.

Voor waterplanten is het gunstig als het waterpeil niet te veel verandert binnen een jaar. Maar de meeste planten komen toch altijd weer terug na een periode van hoog- of laagwater.

Lees meer over de gevolgen van hoogwater en laagwater.

Droogte (Foto: D. van Rossum)
Droogte
Foto: D. van Rossum